Met weinig woorden kun je veel zeggen, veel meer dan je denkt, en achter woorden zit een wereld van gevoelens en gedachten verborgen. Woorden kunnen ons blij maken, maar ook verdriet doen. Woorden kunnen prachtig klinken als een mooi liedje of ritmisch als de song van een rapper.
Lees dit gedichtje van Jessica Grootveld (groep 7):
Thuis
In je slaapkamer kan je spelen
In je bed kan je slapen
De kachel geeft warmte
Thuis
Daar zijn dichters dus mee bezig. Ze gaan met zorg en heel precies met woorden om en zetten de woorden zo neer dat je erover gaat nadenken, dat je dingen herkent.
Onder begeleiding van Anita Poolman laten leerlingen van groep 4 t/m 8 "de woorden zweven"; uiteraard wordt er rekening gehouden met de ontwikkelingsfase. Het poëzieproject is opgebouwd uit drie elementen. De jonge dichters
- dromen, toveren en spelen met woorden en maken wens-, kleur- en droomgedichten;
- maken kennis met Nederlandse dichters en praten met elkaar over de inhoud van de gedichten;
- lezen voor uit eigen of andermans dichtwerk.
(Hoe doe je dat? Laat je de woorden van binnen, in je hoofd, ontstaan? Kijk je het publiek aan? Hoe klinkt je stem? Is het normaal dat je het eng vindt? Wat gebeurt er met je adem?)
In de klas worden "briljantjes" opgehangen: gele versierde vellen met dichtregels erop. De gedichten (groeps- en individuele gedichten) worden bijeen gebracht in een poëziebundel, zodat de leerlingen kunnen nagenieten van hun dichtregels. Bij de afsluiting van het project ontvangen ze een oorkonde voorzien van een eigen dichtregel. (Het is mogelijk het project in te passen in bijvoorbeeld een themaweek, Kinderboekenweek of aan te passen aan de gehanteerde taalleerlijn.)