Monologen/voordrachten

Betoverde Weereld

galante luitduetten uit de 18e eeuw

Een van de belangrijkste culturele centra in de 18de eeuw was het Beierse hof in Bayreuth. Dit was vooral te danken aan Wilhelmine von Bayreuth (1709 - 1758), Markgräfin van Beieren en lievelingszuster van Frederik de Grote van Pruisen. Zij hield zich evenals haar broer bezig met componeren, speelde viool, fluit, klavecimbel en luit en onderhield contacten met de intellectuele en culturele elite van Europa, zoals met Voltaire.

Lees meer »

Betoverde Weereld

Muzikaal sprookje voor kinderen van 9-12 jaar

Lang geleden woonden er eens twee koningskinderen in een paleis zonder liefde. De strenge koning was druk met zijn leger. De koude koningin was alleen maar op zoek naar een prins en een prinses die met de twee koningskinderen moesten trouwen. Ze had nergens anders tijd voor. En dan was er ook nog de boze en wrede gouvernante. De twee koningskinderen waren ongelukkig en bang, maar ze hadden elkaar en ze hielden van muziek. Vooral de betoverende klanken van de bijzondere luit, Prins Dikbuik, verwarmden hun hart en gaven hen toverkracht.

Lees meer »
 

Kidung Agung (Salomo's Hooglied)

Ono Kidung. . . Er is een lied . . . een lied vol betekenis, . . . een lied van liefde . . Kidung Agung . . .verheven lied . . . Hooglied . . . Lied der liederen

De voorstelling is een samensmelting van voordrachtskunst en Javaanse dans en is gebaseerd op fragmenten uit het oud-testamentische bijbelboek Hooglied van koning Salomo. 'Kidung Agung', de titel voor Salomo's Hooglied in de Javaanse bijbel, is een vertelling die het nabije en verre Oosten met het Westen verbindt.

Lees meer »

'Noem mij maar Kartini'

Vraag me niet wat ik wíl, vraag me wat ik mág

Kartini (1879 - 1904)

"Noem mij maar Kartini" was het typerende en bescheiden antwoord van Raden Adjeng Kartini op de vraag van een Nederlandse correspondentievriendin hoe ze aangesproken wilde worden.

Brieven voornamelijk gericht aan mevrouw Abendanon, echtgenote van de directeur van het Departement van Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, vormen de basis van de monoloog "Noem mij maar Kartini". Ze zijn geschreven in de periode 1900 - 1904.

Toen ik jaren geleden een korte levensbeschrijving over Kartini las en wat later haar vele brieven, raakte ik onder de indruk van haar persoonlijkheid...

Lees meer »
 

'Constanter'

Dat noyt geen levend mensch min ledigh heeft geleeft

Constantijn Huygens (1596 - 1687)

Constantijn Huygens was zoon van Suzanne Hoefnagel, telg uit een Antwerpse koopliedenfamilie, en Christiaen Huygens, secretaris van de Raad van State. Na thuis een voorbeeldige opvoeding genoten te hebben, studeerde hij rechten in Leiden. In 1625 werd hij secretaris bij Prins Frederik Hendrik. Tot aan zijn dood zou hij drie prinsen van Oranje dienen.

Een man van zeldzame ontwikkeling en betekenis op allerlei gebied met open oog voor nieuwe ontwikkelingen in kunst en wetenschap...

Lees meer »

'De Kloeke Tesselscha'

Elck syn waerom

Maria Tesselschade (1594 - 1649)

Er is geen stad in Nederland of er is wel een straat of plein naar haar genoemd. Wie was nu eigenlijk Maria Tesselschade? Geboren op 25 maart 1594 in Amsterdam als derde dochter van Roemer Visscher kreeg ze bij haar doop de naam Tesselscha aan haar eigenlijk naam Maritgen toegevoegd. Een naam die haar vader haar gaf als herinnering aan de schade die hij leed als scheepsassuradeur toen enkele maanden voor haar geboorte een vloot schepen vrijwel geheel verging in een herfststorm voor de kust van Texel.

Lees meer »
 

'Amida en de krekel'

De zon rijst stralende
De bergen rondom bidden met extatisch gebaar, de toppen omhoog, de zon aan.

Louis Couperus (1863 - 1923)

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vestigden Louis Couperus en zijn vrouw na een jarenlang verblijf in het buitenland zich weer in Den Haag. Van 1915 tot 1923 droeg Couperus voor uit eigen werk in Nederland en Nederlands-Indië. In maart 1923 hield hij zijn laatste voordracht daar waar hij ooit met voordragen begonnen was: in Kunstzaal Kleykamp in Den Haag.

Lees meer »
 

Opdrachten

Voordrachten op maat

Gedurende dertig jaar stelt Anita Poolman in opdracht voordrachten samen ter gelegenheid van de meest uiteenlopende bijeenkomsten of evenementen variërend van de overhandiging van een rapport aan een staatssecretaris, de startbijeenkomst van de Academie voor Overheidscommunicatie, de herdenking van de sterfdag van Constantijn Huygens, studiebezoeken van communicatieadviseurs uit Oost-Europa tot afscheidsrecepties en huwelijken. Sedert de beginjaren tachtig verzorgt ze jaarlijks in mei korte voordrachten voor onder andere de Dodenherdenking op de Grebbeberg.

Het gesproken woord geeft een aparte dimensie aan een bijeenkomst. Het doet een gezelschap even stilstaan bij de essentie. 't Maakt niet uit of die essentie ernstig, weemoedig of blij van toon is.

"Woorden hebben vleugels, stijgen tot de hemelse hoogten en duren tot in de eeuwigheid", sprak een rabbijn in Litauen eens.

Taalprojecten

poëzie in huiskamer of andere ambiance

'Is mij een' voddery gevallen uyt de penn?'

De 17de-eeuwer Constantijn Huygens herlas maanden later een gedicht van zijn hand om er zeker van te zijn, dat het hem nog net zo bekoorde als bij de totstandkoming. Pas dan liet hij het anderen lezen en ging hij over tot publicatie.

Poëzie raakt iedereen. Je kunt een gedicht in stilte ondergaan of je kunt met anderen de magie van de woorden delen.
Onder het motto 'Is mij een' voddery gevallen uyt de penn' leidt Anita Poolman poëziemiddagen of -avonden. De bijeenkomst wordt opgebouwd rondom gedichten die de deelnemers mooi, leuk of intrigerend vinden. Anita Poolman zet in een introductie een aantal facetten van de poëzie uiteen. Daarna lezen de deelnemers de gedichten, delen ze hun bevindingen en raken ze al of niet bevlogen door de woordkunst. "In het leven … en ook in de taal zijn nuances alles", schreef Louis Couperus eens. En zo is het ook.

Duur: ca. 1,5 uur (opbouw van het programma in onderling overleg)
Maximaal aantal deelnemers: 10 (bij meer deelnemers nader overleg over inhoud/opbouw programma)
Drie weken voor de bijeenkomst leveren de deelnemers hun gedichtenkeuze aan.

Na afloop van de bijeenkomst wordt een bundel op maat uitgereikt.